Een vergunning van de Nepalese overheid voor buitenlanders om de Mount Everest in het hoogseizoen te beklimmen wordt vanaf september fors duurder. De autoriteit die over toerisme gaat heeft aangekondigd dat de prijs 15.000 dollar (14.400 euro) wordt. Dat is 35 procent meer dan de 11.000 dollar die de vergunning bijna tien jaar lang kostte. Nepal verleent jaarlijks ongeveer driehonderd vergunningen voor de beklimming van de 8849 meter hoge piek. Het hoogseizoen voor de beklimming is in april en mei.
In de wintermaanden van december tot en met februari wordt de berg nauwelijks beklommen. Een vergunning voor die periode is dan ook goedkoper en kost vanaf september 3750 dollar (3600 euro). Dat is ook een prijsverhoging van ruim 35 procent. Hetzelfde geldt voor de maanden september, oktober en november. Voor die periode gaat de vergunning 7500 dollar (7200 euro) kosten.
Er ligt ongelooflijk veel afval op de Mount Everest. De Nepalese regering wil een einde maken aan de troep en uitwerpselen die bergbeklimmers achterlaten op de legendarische berg. Alpinisten die niet terugkomen met ten minste 8 kilogram aan afval krijgen een boete van ruim 3500 euro. Behalve gebroken ladders, tentjes en luchtflessen gaat het dan vooral om menselijke uitwerpselen.
De uitwerpselen die worden achtergelaten vormen een gezondheidsrisico voor de bewoners van het gebied, die veel gebruik maken van de bergrivieren in de omgeving. Ook zorgt de poep en urine voor een smerige geur als de sneeuw verdwijnt.